Actuariële kerncompetentie
Ik heb mijn actuariële opleiding genoten in de jaren negentig. Het was een vierjarige opleiding, maar de kern was eenvoudig. De taak van de actuaris is om uit te rekenen hoeveel geld er nodig is voor onzekere producten als pensioenen, levensverzekeringen en schadeverzekeringen. Waar ik rekenen zeg, gaat het natuurlijk om een zo goed mogelijke schatting.
Voor pensioenen en levensverzekeringen kregen we te maken met drie actuariële grondslagen. Actuariële grondslagen zijn onderdelen waar je in de berekening rekening mee moet houden. We hadden te maken met intrest (rekenrente), sterfte en kosten.
Over kosten valt veel te zeggen, maar voor de actuaris gaat het niet om de kosten zelf, maar om het maken van een zo goed mogelijke inschatting daarvan. Dat is een kwestie van goed naar de begroting kijken en die doortrekken naar de toekomst. Er valt meer over te zeggen, maar dat doe ik nu niet.
Sterfte is van belang omdat een pensioenuitkering stopt op het moment van overlijden. Er zijn deelnemers die overlijden vóór de pensioendatum. Hun pensioen kost het pensioenfonds niets. Anderen worden ouder dan een eeuw. Voor hen moet het fonds meer dan dertig jaar uitkeringen verzorgen. Natuurlijk is het voor een fonds van groot belang om goed te kunnen inschatten hoeveel uitkeringen het moet verzorgen.
Dit gebeurt aan de hand van sterftetafels. Een sterftetafel is een voorspelling welk percentage van de mensen van een bepaalde leeftijd zal overlijden. In de tijd van mijn opleiding gebeurde dat gewoon door de statistiek van een cohort van vijf jaar te nemen. Hoeveel mensen van 37 jaar waren er in de periode tussen bijvoorbeeld 1985 en 1990; hoeveel daarvan hebben hun 38e verjaardag gevierd en hoeveel daarvan overleden er? Een breukstreep ertussen en je hebt de sterftekans voor een 37-jarige. De uitkomst werd daarna nog wat gladgestreken; de sterftekans van een 37-jarige moet natuurlijk wel in de buurt liggen van die van een 36-jarige en een 38-jarige.
Probleem was, dat we met z’n allen steeds ouder worden. Geweldig voor ons allen, maar een probleem voor pensioenfondsen. Want als wij langer leven moeten zij langer uitkeren. Dat doen ze graag, maar daar moet wel het geld voor zijn. De oplossing werd gevonden om wat te schuiven met de sterftekansen. Om de kosten van een pensioen van een 37-jarige te berekenen werd bijvoorbeeld gedaan of hij 32 was. Dat noemden we een leeftijdscorrectie van vijf jaar. Op deze manier konden fondsen toch voldoende in kas hebben om iedereen een levenslange uitkering te garanderen.
Maar schuiven met de leeftijd is wel een heel natte vinger om de werkelijk te verwachten sterfte te bepalen. Dat moet beter kunnen, dachten enkele actuarissen in de eenentwintigste eeuw. We hebben immers de afgelopen decennia gezien hoe snel het met die verbeterde leeftijdsverwachting gaat. Met de computers van deze tijd moeten we dan veel nauwkeuriger kunnen bepalen wat de sterfte gaat zijn. Zo werden de prognosetafels gemaakt. In een prognosetafel is bijvoorbeeld af te lezen wat de verwachte sterftekans in 2035 is van iemand die dan 72 jaar oud is.
Actuarissen hebben zo dus een geavanceerde statistische techniek ontwikkeld om uit de sterfteontwikkeling van het verleden die van de toekomst te voorspellen. Voor pensioenfondsen zijn die berekeningen heel belangrijk, want zo kunnen zij heel goed inschatten hoeveel geld zij in kas moeten hebben om pensioenen levenslang te garanderen.
Sterfte voor pensioenfondsen is niet de enige toepassing van dergelijke actuariële berekeningen. Verzekeraars willen weten hoeveel autoschades zij moeten uitkeren. Banken willen weten hoeveel hypotheken niet terugbetaald gaan worden omdat de huiseigenaar in problemen is gekomen.
Noem maar een toepassingsgebied. Wil de medische wereld weten hoe een bepaalde ziekte zich gaat ontwikkelen? Wil een wegenbouwer weten hoeveel auto’s een weg tegelijk aan moet kunnen zonder risico op files? Als er data in het verleden zijn, hoe grillig ook, dan kan een actuaris daar statistische technieken op toepassen en voorspellen hoe de toekomst er uit gaat zien. Natuurlijk met een zekere marge, maar hij kan ook goed aangeven hoe groot die marge is. Dat laatste is belangrijk; dan kun je die marge meenemen in je begroting, zodat je in elk geval – nu ja, in bijna elk geval; het blijft immers statistiek – goed zit.
Het Actuarieel Genootschap is er fier op dat de beroepsgroep dat op zo veel gebieden kan toepassen.
Het vreemde is dat er één gebied is waar het toepassen van de actuariële kernvaardigheid taboe is en dat is het gebied van beleggingen. Nota bene het gebied van de derde grondslag die ik in mijn opleiding dertig jaar geleden leerde.
Koopkrachtig Solidair Pensioen wil de kernvaardigheid van de actuaris toepassen op het gebied van beleggingen: analyseren van data uit het verleden en die gebruiken om de toekomst te voorspellen en tevens aan te geven welke marge daarbij aangehouden moet worden. En dan die marge meenemen in de begroting.
Nog vreemder is het dat er zelfs actuarissen zijn die het bestaan van de actuariële kernvaardigheid ten stelligste ontkennen als het om toepassing op beleggingen gaat. Beleggen in aandelen is risicovol. Punt. Je actuariële kernvaardigheid toepassen om over lange termijn uit te rekenen hoe risicovol precies, gaat voor hen echter niet aan. En dat ligt heel gevoelig, gezien de felheid waarmee wij tegemoet getreden worden.
Toch gaat Koopkrachtig Solidair Pensioen door. Kennelijk staan wij daarmee op enkele heel lange tenen. Maar het gaat om het pensioen van drie miljoen gepensioneerden en zeven miljoen toekomstig gepensioneerden; die willen een betaalbaar, zeker en koopkrachtig pensioen. Om de houdbaarheid van het pensioenstelsel. Om werkgevers die hun personeel tegen beheersbare kosten een goed pensioen willen bieden. Dat zijn belangen op nationaal niveau. Als we de belangen van miljoenen mensen behartigen kunnen we natuurlijk geen rekening houden met de lange tenen van tegenstanders.
Nieuwsbrief 34 – 24 augustus 2025
Woordenlijst
Actieve deelnemer
Actuariële premie
AOW
AOW leeftijd
Begrotingsperspectief
Beschermingsrendement
Casino pensioen
Collectief pensioen
Compensatie
DB pensioen
DC pensioen
Degressieve opbouw
Dekkingsgraad
Doorsneepremie / doorsneesystematiek
Flexibel contract
Financieel ToetsingsKader
FTK
Fictief
Franchise
Indexatie
Inkoop pensioen
Kapitaaldekking
Korten pensioenen
Koopkrachtig Solidair Pensioen
Langlevenrisico
Life Cycle Beleggen
Leenrestrictie
Nabestaandenpensioen
Malieveld
Nominale aanpraak
Nominale aanpraak
Omslagfinanciering
Opbouwbasis
Overrendement
Pech- en gelukgeneraties
Pensioenpijlers
PPI
Pech- en gelukgeneraties
Premiedekkingsgraad
Premieregeling
Projectierendement
Rekenrente
Rekenrente – oude wetgeving
Rekenrente - Alternatieve ideeën
Rekenrente - ROL Pensioenfondsen
ROL Pensioenfondsen
Restitutie
Risicobasis
Risicovrije rente
Solidair contract
Solidariteit
Solidariteitsreserve
Stichting ROL Pensioenfondsen
Vervangingsratio
Waardeoverdracht
Waarderingsperspectief
WTP
ROL is een innovatieve manier van pensioen-rekenen. Waar de politieke discussie gaat over òf-òf-vragen, realiseert de ROL èn-èn.
- Èn nominale zekerheid (geen kortingen van pensioenen meer);
- Èn snellere indexatie voor ouderen (aanpassen van pensioen aan gestegen prijzen), sneller nog dan het pensioenakkoord;
- Èn pensioenzekerheid voor jongeren;
- Èn grote kans op een volledig geïndexeerd pensioen voor jongeren;
- Èn stabiele premies op ongeveer het huidige niveau.
Dit is niet te mooi om waar te zijn. Dit is slimmer rekenen. Actuaris Arno Eijgenraam kan politieke discussies overbodig maken door al deze doelstellingen tegelijk te realiseren.
