De mythe van het renterisico
In 2024 hebben wij met ons onderzoek De haalbaarheid van een koopkrachtig pensioen aangetoond, dat de rekenregels van het Financieel ToetsingsKader (FTK) gebaseerd zijn op een rekenmodel dat wiskundig onjuist is.
Nou en zult u zeggen. Het FTK is verbannen naar de geschiedenisboekjes; we hebben nu de Wet toekomst pensioenen (WTP). Toch is die conclusie ook nu relevant, want ook de WTP is gebaseerd op hetzelfde rekenmodel. Zo wordt er nog steeds beleid gevoerd op beheersing van het renterisico.
Renterisico bij pensioenfondsen is een mythe. Weliswaar een mythe waar bijna iedereen in de pensioenindustrie (nog) in gelooft, maar desalniettemin een mythe.
Waar gaat het om?
Stel u hebt een obligatie van € 1.000 met een looptijd van 20 jaar en een couponrente van 2%. Dat betekent, dat u € 1.000 hebt ingelegd. U krijgt daarvoor de komende twintig jaar elk jaar € 20 rente op uw rekening bijgeschreven en na 20 jaar krijgt u uw € 1.000 teruggestort.
Dan zijn we een jaar later. Stel de rente is gezakt naar 1%. Als u een nieuwe obligatie koopt van € 1.000, dan krijgt u dus jaarlijks € 10 op uw rekening gestort. Maar uw oude obligatie levert nog steeds € 20 per jaar op. Met die oude obligatie bent u dus spekkoper met de komende 19 jaar € 10 meer dan met een nieuwe obligatie. Die oude obligatie is daarom in prijs gestegen met de waarde van die 19 tientjes.
Als de rente gestegen is naar 3%, dan bent u geen spekkoper, maar juist de schlemiel. Want op dezelfde manier is de waarde van uw obligatie dan gedaald met de waarde van 19 tientjes.
Volgens de rekenregels van het FTK en bij de meeste toepassingen van de WTP is de waardering van de pensioenverplichtingen gebaseerd op de waardering van genoemde obligaties. Alleen zijn de pensioenverplichtingen voor het pensioenfonds geen bezit, maar een schuld. Dit werkt dus net zo als bij de obligatie, maar dan precies andersom. Als de waarde van een obligatie die u in bezit hebt stijgt, dan maakt u winst, maar als de waarde van een verplichting stijgt, dan maakt u juist verlies.
Nu hebben obligaties meestal een looptijd van zo’n twintig jaar. Er zijn wel obligaties die langer lopen, maar niet zo veel. Maar pensioenverplichtingen lopen dertig, veertig, vijftig jaar.
Stel u bent 35 en uw pensioenfonds heeft om uw pensioenuitkering van € 1.000 op uw 75e te kunnen betalen een obligatie van ook € 1.000 gekocht. We gaan weer uit van een rente van 2% die een jaar later is gezakt naar 1%. We zagen dat het fonds dan een koerswinst maakt van 19 toekomstige tientjes. Maar uw uitkering op uw 75e is veertig jaar ver weg en een jaar later dus 39. Omdat het fonds die verplichting moet waarderen als een negatieve obligatie maakt het fonds dus geen winst, maar verlies en wel van 39 toekomstige tientjes. De eerste 19 van die 39 kan het fonds wegsterepen tegen de winst op de obligatie. Maar het verlies van de laatste 20 toekomstige tientjes blijft wel staan.
Vandaar dat pensioenfondsen bij een dergelijke waardering verlies maken als de rente daalt. En als het fonds (boekhoudkundig) verlies maakt daalt de dekkingsgraad.
Het renterisico is het risico, dat een dergelijk verlies KAN optreden.
Nu is bovenstaande geanalyseerd met een horizon van één jaar. Een dergelijke korte horizon wordt volkomen terecht toegepast bij beleggingsfondsen, die voortdurend op beurzen actief handelen. En sinds de introductie van het FTK in 2007 gebeurt dat ook bij pensioenfondsen. Maar pensioenfondsen hebben een veel langere looptijd. Laten we daarom maar eens kijken wat er met die waardering gebeurt als we het op een wat langere termijn bekijken.
We gaan terug naar de obligatie van twintig jaar en de rentedaling naar 1%. En we gaan weer een jaar verder. Laten we aannemen dat de rente nog steeds 1% is. U krijgt de afgesproken € 20 op uw rekening en u hebt een obligatie die nog 18 maal € 20 gaat uitkeren. Uw obligatie is dus 18 toekomstige tientjes meer waard dan een nieuwe en dat is er eentje minder dan vorig jaar, toen het er nog 19 waren. De waarde van uw obligatie is dus gedaald met de waarde van dat laatste tientje. Na de koerswinst van vorig jaar hebt u nu dus een klein koersverlies. Gaan we weer een jaar verder en verandert de rente weer niet, dan gebeurt hetzelfde. Opnieuw lijdt u een klein koersverlies.
Over de hele twintig jaar hebt u dus elk jaar de beloofde € 20 gekregen en de koerswinst van het eerste jaar is in de jaren daarna via koersverliezen langzaam maar zeker helemaal verdampt.
We zien, dat er renterisico optreedt als u actief handelt in obligaties. Als u obligaties koopt en snel weer verkoopt, dan kunt u profiteren of last hebben van koerswinst of -verlies. Maar als u een obligatie koopt en houdt tot aan de einddatum, dan zullen alle koerswinsten gecompenseerd worden door koersverliezen.
Voor de pensioenverplichtingen van een pensioenfonds geldt hetzelfde. Het renterisico treedt op als een fonds actief handelt in pensioenverplichtingen. Maar als uw fonds gewoon uw pensioenaanspraak in portefeuille houdt en zelf uitbetaalt tot uw laatste snik, dan zullen rentewinsten en renteverliezen over de hele looptijd tegen elkaar weggestreept kunnen worden. En laat die actieve handel in pensioenverplichtingen nu in de praktijk onmogelijk zijn!
Is het erg, dat de pensioenindustrie gelooft in het renterisico, terwijl dat er in werkelijkheid voor pensioenfondsen niet is? jazeker! Want fondsen gaan dit renterisico “afdekken”. Dat betekent, dat ze beleggen in beleggingen die koerswinst maken als de pensioenverlichtingen koersverlies maken en omgekeerd. Zo boeken ze of de rente nu omhoog of omlaag gaat tegelijk een koerswinst op het één en een koersverlies op het ander. Dat houdt de winst- en verliesrekening rustig.
Als ze dat doen door obligaties of dergelijke is er nog niet veel aan de hand. Want dan zullen ook de koerswinsten in de toekomst die het gevolg zijn van het verstrijken van de tijd tegen elkaar wegvallen. Maar veel fondsen gebruiken rentederivaten voor het afdekken van het renterisico. En rentederivaten hebben niet een hogere of lagere rentevergoeding in de toekomst, maar daar moet je de koerswinst of het koersverlies aan het eind van het jaar (of welke looptijd het derivaat ook heeft) contant afrekenen. Dat betekent, dat winsten of verliezen als gevolg van een verandering van de rekenrente tweemaal gecompenseerd worden: eenmaal door het verstrijken van de tijd, zoals hierboven en eenmaal door het contant afrekenen van het rentederivaat.
Omdat dit een belangrijke conclusie is, herhaal ik hem nog een keer. Bij renteafdekking met derivaten worden renteveranderingen dubbel gecompenseerd. Deze conclusie is belangrijk, omdat dit betekent, dat fondsen die denken een heel voorzichtig rentebeleid te voeren in werkelijkheid op lange termijn juist speculeren op de tegenovergestelde renteontwikkeling.
Nu is speculeren met het pensioengeld van deelnemers op zich al een risicovolle actie. Maar speculeren terwijl je denkt juist voorzichtig bezig te zijn is extreem risicovol.
Het is wachten tot dit fout gaat.
Bij Koopkrachtig Solidair Pensioen werken we niet met een rekenmodel dat gebouwd is voor beleggingsfondsen, maar met een rekenmodel dat is toegespitst op het juiste karakter van pensioenfondsen. Dat is voor uw pensioen wel zo veilig.
Nieuwsbrief 20 – 17 mei 2026
Woordenlijst
Actieve deelnemer
Actuariële premie
AOW
AOW leeftijd
Begrotingsperspectief
Beschermingsrendement
Casino pensioen
Collectief pensioen
Compensatie
DB pensioen
DC pensioen
Degressieve opbouw
Dekkingsgraad
Doorsneepremie / doorsneesystematiek
Flexibel contract
Financieel ToetsingsKader
FTK
Fictief
Franchise
Indexatie
Inkoop pensioen
Kapitaaldekking
Korten pensioenen
Koopkrachtig Solidair Pensioen
Langlevenrisico
Life Cycle Beleggen
Leenrestrictie
Nabestaandenpensioen
Malieveld
Nominale aanpraak
Nominale aanpraak
Omslagfinanciering
Opbouwbasis
Overrendement
Pech- en gelukgeneraties
Pensioenpijlers
PPI
Pech- en gelukgeneraties
Premiedekkingsgraad
Premieregeling
Projectierendement
Rekenrente
Rekenrente – oude wetgeving
Rekenrente - Alternatieve ideeën
Rekenrente - ROL Pensioenfondsen
ROL Pensioenfondsen
Restitutie
Risicobasis
Risicovrije rente
Solidair contract
Solidariteit
Solidariteitsreserve
Stichting ROL Pensioenfondsen
Vervangingsratio
Waardeoverdracht
Waarderingsperspectief
WTP
ROL is een innovatieve manier van pensioen-rekenen. Waar de politieke discussie gaat over òf-òf-vragen, realiseert de ROL èn-èn.
- Èn nominale zekerheid (geen kortingen van pensioenen meer);
- Èn snellere indexatie voor ouderen (aanpassen van pensioen aan gestegen prijzen), sneller nog dan het pensioenakkoord;
- Èn pensioenzekerheid voor jongeren;
- Èn grote kans op een volledig geïndexeerd pensioen voor jongeren;
- Èn stabiele premies op ongeveer het huidige niveau.
Dit is niet te mooi om waar te zijn. Dit is slimmer rekenen. Actuaris Arno Eijgenraam kan politieke discussies overbodig maken door al deze doelstellingen tegelijk te realiseren.
