De vergeten belofte van het nieuwe pensioenstelsel
Toen de Wet toekomst pensioenen werd ingevoerd, werd één belofte steeds opnieuw herhaald: deelnemers zouden meer zicht krijgen op een koopkrachtig pensioen. Het nieuwe stelsel zou beter aansluiten bij de economische werkelijkheid en daardoor meer ruimte bieden voor verhogingen van pensioenen.
Maar drie jaar na de invoering van de wet is de vraag gerechtvaardigd of die belofte daadwerkelijk wordt waargemaakt.
Niet de hoogte van het pensioen is de kernvraag
In het publieke debat gaat het vaak over pensioenvermogens van duizenden miljarden euro’s, beleggingsrendementen en uitdeelmomenten bij de overgang naar het nieuwe stelsel.
Voor deelnemers en gepensioneerden is echter een andere vraag veel belangrijker:
Kan mijn pensioen de stijgende prijzen bijhouden?
Een pensioen dat jaarlijks achterblijft bij de inflatie verliest langzaam maar zeker zijn waarde. De hoogte van de uitkering in euro’s zegt dan steeds minder. Uiteindelijk gaat het om wat men met dat pensioen kan kopen.
Juist daarom was koopkrachtbehoud jarenlang een centrale doelstelling van de pensioenhervorming.
Koopkracht dreigt opnieuw naar de achtergrond te verdwijnen
Uit onderzoeken naar de nieuwe pensioenregelingen blijkt dat veel transitieplannen geen concrete koopkrachtdoelstelling bevatten. Volgens onderzoek dat in opdracht van het Wetenschappelijk Bureau van NSC werd uitgevoerd, ontbreekt bij een meerderheid van de onderzochte plannen een expliciete ambitie om de koopkracht van pensioenen op peil te houden.
Ook belangenorganisaties van gepensioneerden wijzen erop dat de kernbelofte van de nieuwe wet onder druk staat. Zij signaleren dat bij sommige fondsen die al zijn overgestapt de pensioenverhogingen achterblijven bij de inflatie, waardoor opnieuw koopkrachtverlies ontstaat.
Dat betekent niet dat het nieuwe stelsel per definitie faalt. Wel betekent het dat de uitkomst sterk afhankelijk is van de keuzes die sociale partners, pensioenfondsen en wetgever maken.
Een pensioenstelsel moet worden beoordeeld op de uitkomst
Pensioen is geen doel op zichzelf. Het is een middel om mensen na hun werkzame leven financiële zekerheid te bieden.
Daarom zou de belangrijkste maatstaf niet moeten zijn hoeveel vermogen een fonds bezit of hoeveel regels er zijn opgesteld. De echte toets is of deelnemers na twintig of dertig jaar pensioen nog steeds een redelijk deel van hun levensstandaard kunnen behouden.
Steeds meer onderzoekers en deskundigen pleiten daarom voor een explicietere sturing op koopkrachtbehoud. Diverse studies laten zien dat pensioenregelingen die koopkracht centraal stellen in veel scenario’s gunstiger uitkomsten kunnen opleveren dan regelingen waarin deze doelstelling ontbreekt.
Solidariteit blijft onmisbaar
Soms wordt het pensioendebat voorgesteld als een tegenstelling tussen jong en oud. De werkelijkheid is ingewikkelder.
Jongeren hebben belang bij een betrouwbaar stelsel waarin hun toekomstige pensioen voldoende koopkracht behoudt. Gepensioneerden hebben belang bij bescherming tegen inflatie. Beide groepen zijn gebaat bij een systeem dat risico’s verstandig verdeelt over generaties.
Solidariteit is daarom geen kostenpost, maar een kracht. Juist doordat risico’s gezamenlijk worden gedragen, ontstaat meer stabiliteit dan wanneer iedere deelnemer volledig op zichzelf is aangewezen.
Vertrouwen vraagt om duidelijkheid
Het vertrouwen in het pensioenstelsel staat al jaren onder druk. Veel deelnemers ervaren de regels als ingewikkeld en hebben moeite om te begrijpen wat zij uiteindelijk kunnen verwachten.
Dat vertrouwen kan alleen worden hersteld wanneer pensioenfondsen en beleidsmakers helder maken welke koopkrachtambities zij nastreven en hoe zij die willen realiseren.
Een pensioenstelsel hoeft geen garanties te geven die niemand kan waarmaken. Maar het mag wel duidelijk maken welk doel wordt nagestreefd.
Want uiteindelijk gaat pensioen niet over spreadsheets, rekenmodellen of politieke compromissen.
Het gaat over bestaanszekerheid.
En bestaanszekerheid begint met een eenvoudige vraag: blijft mijn pensioen ook morgen nog iets waard?
Nieuwsbrief 24 – 14 juni 2026
Woordenlijst
Actieve deelnemer
Actuariële premie
AOW
AOW leeftijd
Begrotingsperspectief
Beschermingsrendement
Casino pensioen
Collectief pensioen
Compensatie
DB pensioen
DC pensioen
Degressieve opbouw
Dekkingsgraad
Doorsneepremie / doorsneesystematiek
Flexibel contract
Financieel ToetsingsKader
FTK
Fictief
Franchise
Indexatie
Inkoop pensioen
Kapitaaldekking
Korten pensioenen
Koopkrachtig Solidair Pensioen
Langlevenrisico
Life Cycle Beleggen
Leenrestrictie
Nabestaandenpensioen
Malieveld
Nominale aanpraak
Nominale aanpraak
Omslagfinanciering
Opbouwbasis
Overrendement
Pech- en gelukgeneraties
Pensioenpijlers
PPI
Pech- en gelukgeneraties
Premiedekkingsgraad
Premieregeling
Projectierendement
Rekenrente
Rekenrente – oude wetgeving
Rekenrente - Alternatieve ideeën
Rekenrente - ROL Pensioenfondsen
ROL Pensioenfondsen
Restitutie
Risicobasis
Risicovrije rente
Solidair contract
Solidariteit
Solidariteitsreserve
Stichting ROL Pensioenfondsen
Vervangingsratio
Waardeoverdracht
Waarderingsperspectief
WTP
ROL is een innovatieve manier van pensioen-rekenen. Waar de politieke discussie gaat over òf-òf-vragen, realiseert de ROL èn-èn.
- Èn nominale zekerheid (geen kortingen van pensioenen meer);
- Èn snellere indexatie voor ouderen (aanpassen van pensioen aan gestegen prijzen), sneller nog dan het pensioenakkoord;
- Èn pensioenzekerheid voor jongeren;
- Èn grote kans op een volledig geïndexeerd pensioen voor jongeren;
- Èn stabiele premies op ongeveer het huidige niveau.
Dit is niet te mooi om waar te zijn. Dit is slimmer rekenen. Actuaris Arno Eijgenraam kan politieke discussies overbodig maken door al deze doelstellingen tegelijk te realiseren.
