donderdag 21 mei 2026 | Artikelen nieuwsbrief

Solidariteit is taboe  

In de deftige berichtgeving over het nieuwe pensioenstelsel wordt het consequent gepresenteerd als nog steeds solidair. Niets is echter minder waar. Als je beleidsmakers hoort over criteria waaraan voorstellen voor de invulling of wijziging van de wet worden beoordeeld, dan is het voorkómen van generatie-effecten één van de eerste criteria die genoemd worden.

Het optreden van generatie-effecten betekent dat er geld van de ene naar de andere generatie gaat, oftewel solidariteit. Waar het herstellen van koopkracht nog de hoofddoelstelling van het Pensioenakkoord 2019 was, is het terugdringen van solidariteit de hoofddoelstelling van de Wet toekomst pensioenen 2023.

Er is ook een deftige verklaring voor die prioriteit. Die zou namelijk nodig zijn om het stelsel houdbaar te maken. Als een fonds onder water staat en de premie van een (jongere) deelnemer zou mede gebruikt worden om bestaande gaten te dichten, dan zou de (jongere) deelnemer niet meer willen deelnemen en uit het fonds stappen.

Deze redenering komt uit de wereld van beleggingsmodellen. In die wereld is dat ook een heel logische redenering. Als je € 100 in een beleggingsfonds inlegt en je ziet dat € 10 daarvan wordt besteed aan het dichten van bestaande tekorten, dan kijk je wel drie keer uit voor je in zo’n fonds belegt. Een beleggingsfonds kan dus nooit tekorten dekken met nieuwe inleg.

Sinds de introductie van het FTK (Financieel ToetsingsKader) in 2007 wordt ook de pensioenwereld gedomineerd door modellen uit de beleggingswereld. En dus wordt deze redenering ook toegepast op de pensioenwereld.

Maar een pensioenfonds heeft een heel ander karakter dan een beleggingsfonds. Allereerst vindt de meerderheid van de deelnemers pensioen te saai om zich er in te verdiepen. Een meerderheid weet dus niet eens dat het fonds een tekort heeft en wil dat ook niet weten. De minderheid die het wel weet en wil weten, kan er vervolgens niets mee, omdat iedereen verplicht deelnemer is in een pensioenfonds. Het risico dat de benodigde nieuwe premies niet komen, bestaat in werkelijkheid dus niet.

Ja, maar jongeren kunnen hun baan opzeggen en buiten de invloed van het fonds gaan werken. Zo is de tegenredenering. Ziet u het voor zich? Een fonds heeft een tekort en jonge deelnemers vinden moeiteloos onmiddellijk een nieuwe baan waar ze pensioen opbouwen bij een fonds dat geen tekort heeft. Twee maanden later is het tekort bij het eerste fonds ingelopen en hoppa, iedereen weer terug naar zijn oude baan.

Dit is één van de voorbeelden van redenen waarom rekenmodellen voor beleggingsfondsen niet geschikt zijn om toe te passen op pensioenfondsen.

Is het erg dat er zo sterk gestuurd wordt op het terugdringen van solidariteit op basis van een niet-realistische modelveronderstelling? Ja, dat is erg. Want de solidariteit tussen generaties is essentieel om een koopkrachtig pensioen te realiseren. De beide programma’s die koopkracht kunnen realiseren (Koopkracht Gericht Pensioen met plusminus 80%  zekerheid en Koopkrachtig Solidair Pensioen met minstens 95% zekerheid) maken gebruik van solidariteit. De pensioenen van gepensioneerden worden belegd in grotendeels zakelijke waarden. Daardoor wordt er gemiddeld ruim voldoende rendement gemaakt om de koopkracht te handhaven. Als er een klap is op de beurs, wordt het vanuit de collectieve pot aangevuld; is er geen klap op de beurs, dan wordt het rendement deels gebruikt om de collectieve pot weer aan te vullen. Ouderen hebben op deze manier de zekerheid van een koopkrachtig pensioen.

Omdat er vaker geen dan wel een klap op de beurs is, is dit op lange termijn profijtelijk voor de collectieve pot. Op lange termijn profiteren jongeren daarom van het rendement op de pensioenen van gepensioneerden. Zo is de solidariteit profijtelijk voor alle generaties.

Maar ja, dan moet je wel het fundamentele verschil in karakter tussen een pensioenfonds en een beleggingsfonds erkennen.

Nieuwsbrief 21 – 24 mei 2026

Woordenlijst

ROL is een innovatieve manier van pensioen-rekenen. Waar de politieke discussie gaat over òf-òf-vragen, realiseert de ROL èn-èn.

  • Èn nominale zekerheid (geen kortingen van pensioenen meer);
  • Èn snellere indexatie voor ouderen (aanpassen van pensioen aan gestegen prijzen), sneller nog dan het pensioenakkoord;
  • Èn pensioenzekerheid voor jongeren;
  • Èn grote kans op een volledig geïndexeerd pensioen voor jongeren;
  • Èn stabiele premies op ongeveer het huidige niveau.

Dit is niet te mooi om waar te zijn. Dit is slimmer rekenen. Actuaris Arno Eijgenraam kan politieke discussies overbodig maken door al deze doelstellingen tegelijk te realiseren.

Gerelateerde berichten

Mogelijk explosieve gevolgen van het nieuwe stelsel

Op 2 juni was het jaarcongres van het Actuarieel Genootschap. Een van de sprekers ging daarin nog eens in op de gevolgen van het nieuwe stelsel.Iemand die op zijn 26e toetreedt tot een pensioenregeling en blijft deelnemen tot aan zijn pensioen heeft een...

Lees meer

Is een appel eerlijk?

Vijftig jaar later kon hij zich er nog over opwinden. Wijlen mijn vader had wat klusjes gedaan voor een boer en was daarna met een vriendje gaan spelen. Aan het eind van de dag ging hij – nog steeds in gezelschap van het vriendje – naar de boer om zijn beloning...

Lees meer